In een prachtige lezing uit 1935 bekritiseerde de Nederlandse cultuurhistoricus Johan Huizinga een veelvoorkomend gebruik onder intellectuelen: het smoren van elk debat door begrippen te bezoedelen. Hij pleitte voor een grote schoonmaak, zodat kernbegrippen opnieuw exact betekenen wat hun auteurs ermee bedoelen. “Zodat men bijvoorbeeld ‘liberaal’ weer kan gebruiken als ‘dat wat een vrij man waardig is’. En over het met alle zonden beklede begrip ‘Bourgeois’ zei hij: Zou men niet ‘burgerlijk’ eenvoudig kunnen opvatten als ‘al wat tot het stedelijk leven behoort’?”

Huizinga voegt daar onmiddellijk aan toe dat alles wat onze geschiedenis en cultuur heeft doen bloeien, “in steden gegroeid is en door steden gedragen.” Als Huizinga het zegt… een veel geciteerd, maar wellicht te weinig gelezen schrijver. Johan Huizinga (1872-1945) was tijdens het interbellum, als reactie op het opkomend fascisme, de stem van een vrijzinnig liberalisme: vrij van dogma’s, beducht voor het opkomend populisme van rechts en van links, gehecht aan de formele liberale democratie, haar omgangsvormen en haar vrijheden.
Huizinga is bovendien het mooiste wat onze Nederlandse taal litterair heeft voortgebracht. Umberto Eco herhaalde meermaals aan collega’s, om zijn bewondering uit te drukken, dat hij Nederlands wou leren om Herfstij en Homo Ludens in de oorspronkelijke taal te kunnen lezen.
De nadruk op de stedelijke component is niet onbelangrijk. We zijn die wat uit het oog verloren. Stedelijkheid is veel vaker aan de orde dan we denken. De politieke partijen kregen hier en elders vorm op politieke breuklijnen, vaak combinaties van politieke breuklijnen waardoor het beeld wat vertroebelt. Die breuklijnen zijn met de tijd meegegaan, hebben zich aangepast aan de historische context. Niet elke breuklijn is een clash van opvattingen: een klassen-, taal- of schoolstrijd. Soms is het gewoon een nuance, een extra gevoeligheid. Ik citeer vier breuklijnen:
Sinds een halve eeuw is de breuklijn economie/klimaat en milieu daar bovenop gekomen. Al gaan anderen beweren dat dit een combinatie is van de vorige breuklijnen. Die breuklijnen zijn geen exacte wetenschap, maar een manier om politiek uit te leggen. Meer niet.

Hoe dan ook, het is belangrijk om als liberaal, zoals Huizinga het aangeeft, zonder vooroordelen dat wat belangrijk is voor de steden te benoemen en te bepleiten. Een stedelijk liberalisme dus! Dat was het opzet van Stadslucht Maakt Vrij door Sven Gatz, Christian Leysen en Sas van Rouveroij goed 20 jaar terug. Dat is vandaag ook het opzet van Imane Belguenani met Free The City meen ik.
De nieuwe legislatuur (2024-2029) is al een jaar oud in het Brussels parlement. Er is geen regering, geen dubbele meerderheid. Maar het debat in het parlement is nooit stilgevallen. Debat na debat worden we met de neus op de feiten gedrukt. De stad als inzet van het debat dringt zich vanzelf op: het is in het Parlement voor liberalen een praktijkoefening in stedelijk liberalisme.

Zelfs wanneer we kiesen voor schoolboekliberale antwoorden, wat Huizinga ‘dat wat een vrij man waardig is’ noemde – activering, emancipatie, onderwijs, fiscale concurrentie – blijft de stedelijke context onderbelicht. Huizinga noemde het burgerlijk of bourgeois: ‘al wat tot het stedelijk leven behoort.” Een breuklijn hoeft geen clash van ideeën te zijn – dat zou indruisen tegen onze pragmatische aard – maar wel een oproep tot begrip en nuance: een pleidooi voor stedelijk liberalisme in het politieke debat.
Het moet goed leven zijn in de stad én daarbuiten. Stedelijk leven kan anders zijn dan landelijk leven of leven in de rand. Dit moet een vrije keuze zijn. Zonder morele waardeoordelen. Die keuze kan perfect anders zijn op verschillende momenten in ieders leven bovendien. Maar het algemeen beleidskader t.a.v. steden is niet vrijblijvend. Een stad als Brussel heeft op een bevolking van 1.22 miljoen inwoners 1.47 miljoen mensen in haar stad zien neerstrijken in 20 jaar tijd, en 1.36 miljoenmiljoen mensen zien vertrekken uit de stad in dezelfde periode. Een stad is een emancipatiemachine. Een begrip dat als muziek in de oren klinkt voor een liberaal. De stad maakt middenklasse, maakt nieuwe burgerij of bourgeoisie in Huizinga’s termen. Die kunnen dan naar de rand en verder gaan wonen. Dit herkennen en erkennen is het begin van een goede dialoog.
Johan Basiliades publiceert regelmatig stukken rond stedelijk liberalisme.
Hij is fractiesecretaris bij Open Vld in het Brussels Parlement.