Vandaag is het Dag van de Migrant (18 december). Niet Wereldvluchtelingendag (20 juni). Maar Dag van de Migrant. Niet de dag waarop de Verenigde Naties wijzen op de internationale verantwoordelijkheid om vluchtelingen op te nemen, op de nood aan humaan opvangbeleid. Daar valt veel over te zeggen. Dat staat onder druk. Maar op de Dag van de Migrant gaat het over de meerwaarde van migratie voor de economie, de vooruitgang en innovatie, de samenleving en cultuur.
Ik zou kunnen zeggen dat ik dit verhaal voel tot in mijn vezels. Ik ben een kind van de migratie en woon in een hotspot van de wereldwijde migratiestromen, mijn stad. Mijn stad van aankomst is Brussel. Het is dus persoonlijk, maar niet origineel. Helemaal niet speciaal. Het is het verhaal van meer dan één op twee mensen die ik dagelijks ontmoet hier in Brussel. Nothing to brag about. Rien d’épatant. Ik ben doorgaans verbaasd als ik buiten Brussel kom in een quasi totale homogene omgeving. Diversiteit is de norm in Brussel.
Beeld je even in, Brussel in drie cijfers. Op 25 jaar tijd is:
Laat dit even doordringen. En dan nog een vierde cijfer om het volledig te maken:
Tout est dit. Brussel is internationaal het perfecte voorbeeld van de stad van aankomst. Vandaag is dus een Brusselse feestdag.
Niemand zal me kwalijk nemen dat ik als liberaal daar toch ook even wat politieke beschouwingen aan koppel. Stad van aankomst zijn is niet zomaar een vaststelling. Het is een opportuniteit, want het creëert welvaart.
De Nationale Bank van België (BNB) heeft in 2020 alle in- en outs van immigratie becijferd. Onze welvaart (BBP) ligt in vijf jaar tijd 3,5% hoger door immigratie.
Ik las lang geleden in The Economist dat immigranten goed zijn voor 13% van de bevolking in de VS. Maar wel instaan voor 27,5% van zij die een business starten. Ik had er een fotootje van gemaakt met mijn gsm omwille van de drie redenen die werden aangehaald: 1) Migranten zijn gemiddeld ondernemender dan anderen, anders zouden ze in de eerste plaats niet geëmigreerd zijn; 2) ze ondernemen vaker omdat ze minder vaak worden aangeworven; 3) in meer dan één cultuur leven is gewoon een competitief voordeel als je onderneemt.
Het is een opdracht stad van aankomst zijn: je moet die rol van emancipatiemachine, van permanente sociale lift ook invullen. Niet vanuit goedbedoelde empathie. Nee. Door in te spelen op wat de migrant zelf vraagt. Door te begrijpen wat zij/hij verwacht en haar/zijn kinderen.
Doug Saunders, auteur van het absolute referentieboek Arrival Cities, vat die paradox samen. De Belgo-Belge kijkt naar een ‘migrantenwijk’ als een achtergestelde wijk, terwijl de migrant het als een plaats van opwaardse opportuniteiten ziet. De Belgo-Belge — die er zich niet in België waant — wil er sociale huisvesting bouwen, sociale werkers op af sturen, top-down wijkontwikkeling. De migrant wil zijn diploma laten erkennen, wil eigendom verwerven, wil veiligheid, wil onderwijs voor zijn kinderen, wil toegang tot de lokale markten voor zijn business.
Vandaag zeg ik merci aan alle mensen die in Brussel zijn aangekomen en onze stad hebben gevormd!
Imane Belguenani
Brussels parlementslid Open Vld